zaterdag 1 november 2014

Dries van Agt serveert oude wijn in oude zakken (PostOnline)

 

 

http://www.israel-palestina.info/actueel/2014/11/01/dries-van-agt-serveert-oude-wijn-oude-zakken/

 

Opinie: Op kruistocht tegen Israël

Ratna Pelle: The Post Online 31-10-2014 14:04 uur

Vorige week verscheen op ThePostOnline een lang interview met Dries van Agt, overgenomen van het D66 jongerenblad Demo. Ik nam aan dat men dat alleen doet als hij iets nieuws te vertellen heeft, er een nieuw boek uit is of een andere actuele aanleiding is, maar ik kon niets ontdekken. Vooral het verhaal over Israël (waar het merendeel van het interview over ging) kwam me erg bekend voor.

Ik heb jaren geleden een paar lezingen van hem bijgewoond, en dit najaar gaat hij ook weer op tournee, maar het ziet er naar uit dat u zich dat kunt besparen; oude wijn in oude zakken. Van Agts verhaal over Israël is eendimensionaal en kan als volgt worden samengevat: Israël pleegt ‘kolossaal’ onrecht, schendt het internationaal recht, trekt zich niks aan van wat de wereld daarvan vindt, vernietigt Palestina, wil geen vrede, en zal dus ook niet ‘tot inkeer komen’ zonder zware internationale druk. En daar is Van Agts kruistocht vooral op gericht: de regering aanzetten tot sancties tegen Israël, eenzijdige sancties, want aan de Palestijnse zijde is schijnbaar nauwelijks iets mis.

Internationaal recht
Hij denkt dat het conflict simpel op te lossen is door alle partijen te houden aan het internationale recht. Ten onrechte suggereert hij vervolgens dat de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof tegen de ‘muur’ (het overgrote deel is een hek) op en gedeeltelijk over de Groene Lijn, bindend zou zijn.

De ’160 landen die de uitspraak hebben gesteund’ deden dat in een resolutie van de Algemene Vergadering (AV) van de VN, en dergelijke resoluties zijn niet bindend en vormen geen internationaal recht. Gelukkig maar, want je kunt zo ongeveer iedere anti-Israël tekst door de AV krijgen, die dan ook jaarlijks tientallen resoluties tegen Israël aanneemt. Dit zien veel mensen dan ook als folklore, het is bij de VN gaan horen zoals de kleedjes op de tafels in een oubollig café.

Mensenrechtenraad
De Mensenrechtenraad is nog erger. De merendeels ondemocratische staten aldaar hebben de helft van hun resoluties en veroordelingen aan Israël gewijd, en Israël is het enige land dat standaard op de agenda van elke vergadering staat.

Van Agt neemt dit echter bloedserieus en denkt dat hiermee is bewezen dat Israël een schurkenstaat is en de grote onruststoker in de regio, niet Syrië, Iran of Saoedi-Arabië. Landen die niet voor de totaal eenzijdige resoluties stemmen zijn in zijn ogen ‘lafhartig’. Voor de duidelijkheid: de vele resoluties van de AV en Mensenrechtenraad zouden, indien uitgevoerd, Israëls bestaansrecht onmogelijk maken.

Het moet dan zonder enige tegenprestatie, garantie of vredesverdrag: zich geheel terugtrekken uit de Westoever, Oost Jeruzalem inclusief de oude stad, Klaagmuur, en andere Joodse plaatsen, het afscheidingshek afbreken, alle grenscontroles en checkpoints opheffen, de Palestijnse vluchtelingen en hun miljoenen nakomelingen binnenlaten, alle gevangenen vrijlaten, miljarden aan ‘schadevergoeding’ betalen aan de Palestijnen, etc. etc. Toch meent van Agt dat wanneer Israël zich aan (zijn interpretatie van) het internationale recht houdt de vrede spoedig zal uitbreken.

Gaza-blokkade
Ook de ‘blokkade’ van Gaza ziet Van Agt onterecht als een schending van het oorlogsrecht, een ernstige nog wel, en hij noemt de Gazastrook vervolgens een ‘openluchtgevangenis’. Het is echter niet illegaal om vijandig gebied te blokkeren aangezien dat een militair voordeel oplevert: de vijand kan zo geen wapens binnen brengen of materiaal dat daarvoor gebruikt kan worden.

Het is overigens geen echte blokkade, want er zijn allerlei afspraken over goederen die dagelijks zowel Gaza in en uit gaan, en die aantallen zijn onlangs verhoogd. Al in 2010 heeft Israël de blokkade vergaand versoepeld, en behalve wapens en wat voor de vervaardiging daarvan gebruikt kan worden mag alles naar binnen.

Daarbij blokkeert ook Egypte de Gazastrook, en is van plan er een hoge muur te bouwen die ook ondergronds loopt, om de wapensmokkel tegen te gaan. Ook heeft het de bufferzone bij de grens vergroot, maar Van Agt zwijgt over Egypte.

Kritiekloos interview
Het interview is zo kritiekloos dat Van Agt met de ene leugen na de andere verdraaiing wegkomt. Zo zegt hij: “De Likud-partij van de Israëlische premier Netanyahu wijst faliekant een Palestijnse staat af. Hoeveel Nederlanders weten dat eigenlijk?”
Netanyahu heeft de noodzaak van een Palestijnse staat meermaals erkend, al kun je aan de oprechtheid daarvan twijfelen. Likoed spreekt zich niet duidelijk uit over een Palestijnse staat, en benadrukt vooral de veiligheidsvoorwaarden voor Israël. De Israëlische regering staat sinds zo’n vijftien jaar officieel een tweestatenoplossing voor, en onderhandelde op die basis meermaals met de Palestijnse Autoriteit.

Overigens is aan Palestijnse zijde ook weinig enthousiasme te bespeuren: Abbas is officieel voor twee staten, maar gaat steigeren zodra daar ‘twee staten voor twee volken’ van wordt gemaakt, en in schoolboeken en media onder PA controle wordt heel Israël als bezet Palestina voorgesteld. Minstens zo kwalijk is dat Abbas’ Fatah partij nog steeds terreuraanslagen prijst en de man die onlangs een drie maanden oude baby dood reed en een aantal anderen verwondde, als held eert.

Ongefundeerde aantijgingen en nepcitaten
Van Agts verhaal zit vol met ongefundeerde aantijgingen. Zo beweert hij dat een ‘prominent lid van de partij van Benett’ heeft gezegd: “Schiet vrouwen dood, dan komen er geen nieuwe terroristen. En als je een zwangere vrouw doodschiet, is het dubbel goed.”
Ayelet Shaked had echter een oud artikel van iemand anders op Facebook gepost, dat vervolgens (volgens haar) moedwillig was verdraaid in een Engelse vertaling.

Op internet zijn talloze nepcitaten te vinden van Israëlische leiders en vroegere zionisten, waarin ze Palestijnen voor ongedierte zouden uitmaken dat uitgeroeid moet worden en meer van dien aard. Er is zelfs een citaat uit een roman van Amos Oz, van een verzonnen personage, dat aan Ariel Sharon wordt toegeschreven.

The Rights Forum
Van Agt mag uiteraard ook nog even reclame maken voor zijn The Rights Forum, een ‘kenniscentrum’ dat in korte tijd een “betrouwbare bron van hoogwaardige informatie is geworden over schendingen van het recht en het Nederlandse en Europese Midden-Oostenbeleid”. Van Agt stelt dit verdrag voor als een enorm privilege voor Israël met grote handelsvoordelen. Hij ‘vergeet’ te vermelden dat we dergelijke associatie akkoorden met een aantal staten rond de Middellandse Zee hebben en ook met de Palestijnse Autoriteit. De PA krijgt daarnaast jaarlijks vele miljoenen Euro’s van Nederland om haar ambtenaren te betalen, instituties op te bouwen etc. De PA betaalt ook ambtenaren onder Hamas bestuur in Gaza en geeft gevangenen in Israël een royale maandelijkse bijdrage, die oploopt naarmate men langer zit en meer Israëli’s heeft omgebracht.

Ook het behoorlijk gekleurde Ma’an Nieuws wordt mede door Nederland gefinancierd. Daarnaast subsidieert Nederland tal van Palestijnse maatschappelijke en mensenrechtenorganisaties, met deels een radicale anti-Israël agenda.Deze organisaties zijn niet voor twee staten en niet voor vrede.

Afgekloven en onjuist verhaal
Van Agts eenzijdige propaganda draagt niet bij aan een oplossing van het conflict en meer begrip tussen beide partijen en hun sympathisanten. Wat hij te berde brengt draagt ook niet bij aan meer kennis over en inzicht in het conflict. Hij vertelt bovendien al tien jaar precies hetzelfde. Toch is er steeds weer aandacht voor datzelfde afgekloven en grotendeels onjuiste verhaal bij media, kerken, en bij bepaalde politieke partijen.

Het zou mooi zijn als het debat over Israël-Palestina en het gewenste Nederlandse beleid op grond van feiten kan worden gevoerd; dat begint misschien wel met goed ingevoerde journalisten die niet napraten of klakkeloos overnemen wat anderen zeggen. Ook zouden echte deskundigen met een genuanceerd verhaal meer aandacht moeten krijgen dan oud politici met een groot ego.

 

vrijdag 31 oktober 2014

Holocaust ontkenning en antisemitisme bij UNRWA leraren

 

UNRWA heet een humanitaire organisatie te zijn die de Palestijnse vluchtelingen helpt, maar is in de praktijk vaak een verlengstuk van de Palestijnse strijd tegen Israel. UNRWA baas Chris Gunness laat zich geregeld fel anti-Israelisch uit, lijkt alle Hamas propaganda voor zoete koek te slikken, en op UNRWA scholen leren kinderen om niet alleen Israel maar ook Joden te haten. Dergelijke zaken worden door media en politiek zelden, of eigenlijk nooit, als obstakel voor vrede erkend, en uitspraken van UNRWA medewerkers worden hoog aangeslagen. UNRWA speelt een grote rol in de ideologische strijd, omdat zij Palestijnse posities een air van legitimiteit en objectiviteit geeft.

 

Given that there is no way the UNRWA education system is going to fix itself, and its role in churning out generations of children who are being taught to hate, It is way past time to dismantle this sick institution whose only remaining  purpose is to keep the cash flow coming.

 

--------------

 

Holocaust denial and antisemitism from UNRWA teachers

http://www.elderofziyon.blogspot.nl/2014/10/holocaust-denial-and-antisemitism-from.html

The Palestinian Teachers Association in Lebanon is intended to provide support, guidance and news for its members. Its goals include defending the rights of teachers, improving their economic and social conditions, sharing knowledge and skills, to work on the development and activation of the teachers union in UNRWA and to help the development of UNRWA schools. 

I believe that every Palestinian teacher in Lebanon works for a UNRWA school, since Lebanese anti-Palestinian apartheid laws do not allow Palestinians to live outside their UNRWA-run camps nor do they allow Palestinian teachers get jobs in regular Lebanese schools.

The association website, written by and edited by these UNRWA teachers, includes many examples of explicit antisemitism and even Holocaust denial. The logo itself shows how interested the association is in co-existence with Israel.

Haitham Kawash, teacher at the UNRWA Salamah school in Sidon, encourages violent Jihad against "cowardly Jews" to free all of Palestine.

Dr. Mohammed Yasser Amr, in an article recommending the establishment of a curriculum of "refugee studies," asserts that the jihad of science and knowledge is no less important than the jihad of weapons. (That makes him a moderate.)

This article discusses whether Jews have the right to live in Israel, and concludes "For what purpose do the children of Israel want the blessed land now, where they no longer have any role except (spreading) corruption on earth?"

Another article traces the history of racist Judaism, saying among many other things that "Jewish racism preceded the racism in Europe by several centuries because its roots go back to the Torah and the Talmud."

Here's one that falsely claims that the Talmud calls non-Jews pigs and wild dogs and instructs Jews to kill disbelievers.

recent article denouncing the visit to Auschwitz by a Palestinian teacher and his students says "I do not consider the Holocaust a massacre against the Jews only, victims of the Holocaust were Jews, homosexuals and the mentally ill physically disabled and others, but [the teacher] did not mention that traitors and spies were among those targeted by Hitler, and we emphasize that fact, and also emphasize that the number of all of those [killed] did not exceed one million, and the targeting of Jews did not have a religious background, but also for sexual deviations and mental illness and the charge of treason, so why do a pilgrimage to the graves of traitors and perverts? "

There are many more such articles being promoted and written by Lebanese Palestinian teachers in UNRWA schools. I could not find a single article that was sympathetic to Jews.

We see that the problem of bigoted, antisemitic teachers employed by UNRWA is not limited to Gaza, but is throughout the entire UNRWA system. Is there any doubt that Syrian and Jordanian UNRWA schoolteachers are just as bad as those in the territories and Lebanon?

UNRWA has been teaching hate against Jews for decades. It has been telling students that Israel must be destroyed for decades. As I documented previously, UNRWA teachers taught generations of Palestinian Arabs that "return" was the only acceptable option. This was documented in a monograph that noted that in Lebanon in the late 1950s:

Children in the physical education classes at the UNRWA schools exercised to the chant of a-w-d-a (return)

 

A UNRWA principal in 1961 described his school's curriculum to journalist Martha Gellhorn:

In our school, we teach the children from their first year about their country and how it was stolen from them. I tell my son of seven. You will see: one day a man of eighty and a child so high, all, all will go home with arms in their hands and take back their country by force.

 

There is a direct line from UNRWA teacher radicalism and terror attacks happening today. We've provenjust this week that UNRWA is not interested in reforming or admitting mistakes in its huge education system -  instead it does everything it can to cover them up. But they can't hide the hate. It is in plain sight for those willing to do the research.

UNRWA's latest commissioner general Pierre Krähenbühl has been given many opportunities to address and fix the issues of UNRWA teacher hate and antisemitism I revealed over the past two weeks. He chooses not to, and instead simply ensures that embarrassing websites that prove UNRWA's teaching of hate and tacitly encouraging terror are simply deleted, hoping that the mainstream media will not pick up on this story. So far, his gamble is paying off...but it won't forever. 

He cannot delete the websites that are not under UNRWA control. He cannot delete the Facebook and Twitter accounts of UNRWA teachers that reveal their Jew-hatred every day. He cannot hide the truth. The fact that he has tried to do exactly that is all the proof you need that UNRWA is an inherently corrupt institution.

Its donors may be interested in knowing this.

Given that there is no way the UNRWA education system is going to fix itself, and its role in churning out generations of children who are being taught to hate, It is way past time to dismantle this sick institution whose only remaining  purpose is to keep the cash flow coming.

 

dinsdag 28 oktober 2014

Media zoeken enthousiast naar 'goede Marokkanen' (IMO)

 

 

http://www.israel-palestina.info/actueel/2014/10/28/media-zoeken-enthousiast-naar-goede-marokkanen/  

= IMO Blog =  

Nadat Nelle Boer onder zijn alias Nizar Mourabit een opiniestuk in Trouw geplaatst had gekregen, hapten ook het Parool en de Volkskrant toe, waarna Mourabit gebeld werd door radio en tv. In zijn artikelen benadrukt hij dat hij niet als Marokkaan maar als Nederlander gezien wil worden, en dat ook voor andere Marokkanen geldt; dit terwijl hij naar eigen zeggen helemaal geen Marokkaanse Nederlanders kent. Dat laatste bleek dan ook niet te kloppen:

Hij dacht op veel steun en herkenning uit de Marokkaanse gemeenschap te kunnen rekenen, maar kwam van een koude kermis thuis. ‘Veel Nederlanders reageerden onder mijn stukken met de boodschap dat ik voor altijd een Marokkaan zou blijven. Veel Marokkanen waren dat verrassend genoeg met hen eens, en verweten me dat ik in de eerste plaats Marokkaan, en dan pas Nederlander was. Dat vond ik op een bepaalde manier wel schokkend, dat ook de tweede en derde generatie Marokkanen zo denkt.’

Wat vooral verbluffend is, is dat zowel Boer als de redacties dit niet hadden verwacht, en hoe makkelijk een Nederlander die helemaal geen kontakten heeft in de Marokkaans-Nederlandse gemeenschap als woordvoerder van deze gemeenschap wordt gezien. Wat dit experiment blootlegt, is zowel de totale onwetendheid van kranten en (web-)redacties wat dit betreft en hun enthousiasme om een Marokkaan in hun kolommen aan het woord te laten. Boer zegt aan het begin van het stuk in de Correspondent dat hij ‘misnoegd’ vaststelde makkelijker als Mourabit dan als Boer geplaatst te worden.

Mij verbaast dat niet: wat Mourabit schreef past precies in het plaatje dat de zogenaamde kwaliteitsmedia hebben: verreweg de meeste Marokkanen zijn gematigd maar worden toch als extreem of antisemiet weggezet. Alle Marokkanen worden automatisch ook als moslim gezien, al zijn ze dat misschien wel helemaal niet. En de meeste Marokkanen voelen zich Nederlander, zijn hier geboren en getogen, maar worden steeds als Marokkaan aangesproken en weggezet, wat hun integratie juist bemoeilijkt. Dit beeld blijkt, behalve misschien het tweede punt, niet te kloppen. De kwaliteitsmedia hebben een visie op Marokkanen, en Mourabit bevestigde precies wat zij al dachten. Iemand die zich distantieert van radikalisme, maar in de praktijk toch vooral de Nederlandse vooroordelen hekelt. Iemand die antisemitisme veroordeelt maar toch vooral de media hekelt die te weinig oog zouden hebben voor de legitieme grieven van de Gaza demonstranten. Dat vooral Trouw zo gretig toehapte (‘graag tot een volgende gelegenheid’, schreef de redactie) en bij een volgende correspondentie er overheen las toen Mourabit per abuis met Nelle Boer ondertekende, verbaast me dan ook allerminst. Trouw stond vol met artikelen die deze visie uitdroegen. Een Jood die het op een rustige toon voor Israel opneemt en zowel antisemitisme als racisme hekelt kan slechts dromen van zoveel aandacht.

De Correspondent trekt iets andere conclusies, maar hekelt ook hoe snel media dingen overnemen en hoe slecht verhalen gecheckt worden:

De vraag is natuurlijk: wat leert het experiment van Boer ons? Naast het feit dat het moeilijk is om als Marokkaan niet automatisch ook ‘als Marokkaan’ te worden aangesproken, legt het vooral een medialogica bloot. Ten eerste: de druk om snel en veel te publiceren gaat ten koste van de zorgvuldigheid en het natrekken van een verhaal. Mourabit werd nagenoeg overal zonder veel vragen aan een podium geholpen.

Ook opvallend is het sneeuwbaleffect: iedere redactie viel daarbij terug op de autoriteit van degenen die hem eerder een platform gaven. Media volgen elkaar in die zin vaak blindelings.

Deze keten begon in dit geval met VARA-opiniesite Joop, die dit voorjaar nog stevig uitpakte met een stuk waarin webredacties die niets checken worden gehekeld.

Francisco van Jole neemt anderen graag de maat, dat is bekend. Het is goed dat de tonnen boter die hij op zijn hoofd heeft nu eens zichtbaar worden. Het is overigens niet waar dat het makkelijk is op Joop geplaatst te worden zoals de Correspondent schrijft. Mensen die het voor Israel opnemen maken weinig kans. Van mij zijn zelfs reacties onder een artikel niet toegelaten, en hetzelfde geldt voor Likoed Nederland. Van Jole verweert zich door te stellen dat dit ‘niet te voorkomen is zonder in een DDR-achtige situatie te belanden waarin je iedereen eerst aan een controle onderwerpt. Wij willen een laagdrempelige opiniesite zijn en hebben zo’n 1.000 opiniemakers in ons midden’.

Dat is dan echter wel slechts voor de mensen die de visie van Van Jole vertolken, of daar dicht genoeg bij in de buurt blijven. En waarom kan men mensen en verhalen niet wat beter checken? Misschien moet je dan inderdaad niet 10 maar 1 artikel tegen racisme en Zwarte Piet per dag publiceren, en geen 8 maar 1 artikel tegen Wilders en tegen Israel. En daar dan een weerwoord op toelaten, zodat je echte discussie krijgt. Dat is laagdrempelig. Maar Van Jole heeft een missie, en teveel controleren en teveel zorgvuldigheid zit die missie maar in de weg. Kwantiteit en de juiste ideologische koers gaan boven kwaliteit. Bedankt, Nelle, dat je dit hebt bloot gelegd.

Ook Frontaal Naakt en de Volkskrant verweren zich door te zeggen dat ze niet alles kapot kunnen checken. Chef opinie van de Volkskrant Arnout Brouwers zegt dat ‘men zich niet wil verlagen tot het vragen van een kopie van het paspoort’. Maar is dat echt nodig? Mourabit bestond pas sinds een jaar, met een facebook account, een twitteraccount en een blog. Dat lijkt me toch iets dat opvalt. Nergens is een werkgever van hem te vinden, een eindscriptie, een oude discussie, iets over zijn afkomst of familie. En altijd alleen maar die ene foto. Even googelen zou blootleggen dat hij geen verleden of familie heeft en even rondvragen dat bijna niemand hem kent. En in dat geval kun je, zoals De Correspondent wel heeft gedaan, de boot afhouden. Men is er zelf hoogst bescheiden over, en schrijft in een uitgebreide toelichting over hoe hen ‘een zeperd bespaard is gebleven’:

De eerste emotie was, zeg ik heel eerlijk, opluchting. Want het is alleen maar omdat we bij De Correspondent het productieproces zo hebben ingericht dat we uitgebreid de tijd voor elk stuk nemen dat we niet in zijn val zijn getrapt. (…)

We publiceren het artikel over hem dan ook niet vanuit een soort Schadenfreude tegenover al die collega’s die Mourabits stukken wel hebben gepubliceerd. Het had ons kunnen overkomen. Het verlangen naar bronnen en exclusieve scoops is nu eenmaal groter dan de neiging in alles voorzichtigheid te betrachten.

Nee, het had jullie niet kunnen overkomen, juist omdat jullie voor elk artikel de tijd nemen en Mourabit eerst te zien wilden krijgen. Jullie roken onraad, twijfelden, hielden met verschillende scenario’s rekening en besloten daarom om het kontakt af te breken. Hulde! Het verlangen naar bronnen en exclusieve scoops was bij jullie niet groter dan de neiging in alles voorzichtigheid te betrachten. Overigens ging het bij de meeste opiniestukken helemaal niet om ‘exclusieve scoops’ maar om een mening die men graag hoort van een Marokkaanse Nederlander, maar die uit de mond van een ander totaal niet opzienbarend zou zijn. De kranten krijgen per dag vele stukken toegezonden, en moeten daarom zeer selectief zijn. Het is dan ook niet zozeer de behoefte aan een scoop maar die aan een Goede Marokkaan die de redacties van kranten en weblogs zo gretig deed toehappen, zo schrijft De Correspondent in het eerder aangehaalde stuk zelf:

Het verhaal laat intussen nog iets anders zien: er is een grote behoefte aan welbespraakte ‘mediamarokkanen.’ Dat kun je als lovenswaardig of juist als overdreven beschouwen, het maakt in ieder geval dat wie zich ergens over uitlaat onder een Marokkaanse naam razendsnel als ‘stem van’ wordt beschouwd.

Dat lijkt mij inderdaad nogal overdreven. Er zijn inmiddels genoeg echte Marokkanen die meedoen aan het debat, zoals Hassnae Bouazza, Abdelkader Benali, Achmed Marcouch, Nuweira Youskine, Aboutaleb, Fatima Elatik, etc. etc. Belangrijker echter dan het precieze aantal mensen van allochtone komaf die in de krantenkolommen verschijnen en redacties bevolken (dat laatste is zeker nog een kleine minderheid), is dat de media en politieke partijen terdege rekening houden met de sentimenten en standpunten van allochtonen.

Dat blijkt in de berichtgeving over Israel-Palestina, in het Zwarte Pietendebat, in hoe er over moslims en islamitische feestdagen wordt bericht. De zogenaamde kwaliteitsmedia als NOS, NRC, De Volkskrant en Trouw lopen wat dat betreft vooruit op de gemiddelde burger en ook de integratie op de werkvloer. Na de aanslagen in de VS en de moorden op Fortuyn en Van Gogh, en de spanningen tussen allochtonen en autochtonen die daarop volgden, hebben zij consequent een beeld naar voren gebracht van een in overgrote meerderheid vredelievende en gematigde moslimgemeenschap.

Dat ging zo ver dat bepaalde feiten, zoals uitgesproken steun voor de plegers van 9/11 of van de moord op Theo van Gogh vanuit moslimhoek werd verzwegen, zo vertelt oud-journalist Hans Moll van NRC in zijn boek ‘Hoe de nuance verdween uit een kwaliteitskrant‘. Je wist niet hoe representatief zo’n uitspraak was, je weet niet waar het toe leidt als je zoiets wel in de krant zet, zo censureerde hij zichzelf. De consensus op de krant was volgens hem dat het vooral pubers waren die wilden choqueren, en het niet ging om een breed gedragen mening onder Nederlandse moslims. Daarom ook is er zo weinig aandacht voor Arabisch antisemitisme, ook wijd verbreid onder moslims in Europese landen, waaronder Nederland. Daarom is er weinig aandacht voor homohaat uit moslimhoek, voor de vaak verknipte houding tegenover vrouwen van veel Marokkaanse jongens. Daarom wordt bijna alles afgedaan als provocaties en aandachttrekkerij, of gewijd aan hun achtergestelde positie in de maatschappij. Ik kan mij bij die houding tot op zekere hoogte wel wat voorstellen, zeker kort na voornoemde aanslagen. Maar ondertussen speelde dit Wilders en de zijnen in de kaart, en ook binnen andere partijen ontstond de behoefte om harde noten te kraken en verhardden de standpunten. Het heeft mijns inziens, uiteindelijk juist tot meer polarisatie geleid, met het Zwarte Pietendebat als voorlopig dieptepunt.

Ratna Pelle

 

maandag 27 oktober 2014

Neder-Marokkaan Nizar Mourabit leidt media om de tuin (IMO)

 

 

http://www.israel-palestina.info/actueel/2014/10/27/neder-marokkaan-nizar-mourabit-leidt-media-om-de-tuin/  

= IMO Blog =   

Afgelopen week maakte de nep-nedermarokkaan Nizar Mourabit zijn ware identiteit bekend. Achter Mourabit, die verschillende stukken schreef voor bekende weblogs en kranten over moslims, IS, Gazademonstraties en radikalisering, bleek de Zwolse beeldend kunstenaar Nelle Boer schuil te gaan. Boer had naar eigen zeggen nog nooit een Marokkaan ontmoet. Toch wist hij menig journalist te overtuigen met zijn ‘genuanceerde’ stukken, en wilde men hem maar wat graag plaatsen. De correspondent schreef afgelopen woensdag:

Nizar Mourabit werd geboren op Facebook. Om precies te zijn: op 20 november 2013. Na een jaar is hij uitgegroeid tot officieus woordvoerder van de Marokkaanse gemeenschap in Nederland. Veelgevraagd door kranten, radio en tv. Becommentarieerd door iedereen van GeenStijl, tot columnist Stephan Sanders in een stuk voor NRC Handelsblad. Zijn naam reikt inmiddels tot in Amerika, waar het Gatestone Institute, een prominente Amerikaanse denktank, hem aanhaalt als gerespecteerd ‘Muslim commentator.’

En hij is het levende bewijs dat je nagenoeg iedereen van alles kunt overtuigen.

Boer wilde ‘ervaren hoe het is om Marokkaan in Nederland te zijn’, ‘hij legde zo bloot hoe eenvoudig het is om uit te groeien tot een veelgevraagd en veelbesproken deelnemer aan het publieke debat’. Het bleek een stuk gemakkelijker te zijn om gepubliceerd te worden als Marokkaan dan als mijzelf, voegt hij daar aan toe. Een jonge Marokkaanse intellectueel met een in linkse ogen genuanceerd verhaal, dat is gefundenes fressen voor veel media, en nadat hij eenmaal enige bekendheid had gekregen, werd hij overal gevraagd. Ook voor de tv en radio, maar dat hield hij af uit angst om ontmaskerd te worden. Na een Facebook en Twitter account te hebben aangemaakt neemt hij contact op met Joop, waar hij onder eigen naam al vaker voor had geschreven:

‘Ik mailde Francisco van Jole [initiatiefnemer/eindredacteur van VARA-opiniesite Joop, KS] dat ik een boek aan het schrijven was over mijn leven als Marokkaanse Nederlander. Het opiniestuk dat ik leverde was een deel uit dat boek, zo vertelde ik hem.’

Een paar dagen later is zijn debuut als Nizar Mourabit op Joop een feit, waarin hij Syrië-gangers oproept om vooral niet te gaan. Andere blogs, waaronder Frontaal Naakt, benaderen hem met de vraag voor hen te schrijven, en hij produceert een stuk voor FN over Geen Stijl redacteur Annabel Nanninga die aanwezig was bij een Gaza demonstratie in Den Haag waar antisemitische leuzen werden geroepen en met jihadvlaggen gezwaaid. Maar over dat laatste ging zijn stuk niet. Nanninga zou een rel hebben uitgelokt door zonder toestemming mensen te fotograferen en ze extreme uitspraken toe te dichten, om zo de moslims in een kwaad daglicht te stellen. Peter Breedveld smult ervan (en houdt nog steeds vast aan zijn eigen gelijk, ook na de uitspraken van Boer). Er is alleen niks van waar, zo zegt hij nu zelf:

Boer had in werkelijkheid geen idee waar hij over schreef. ‘Ik wist helemaal niet of Nanninga wel of geen incident zou hebben uitgelokt en of ze nu wel of niet wist wat die jongens op haar foto’s precies zeiden. Maar zij is wel het type waarbij ik zou verwachten dat ze zoiets zou doen. En bij wie ik het niet erg zou vinden als dit aan haar zou worden toegeschreven. Ik vond dus dat Nizar dit best kon opschrijven.’

Een zeer hoogstaand moreel principe. Zij is er wel het type voor, dus ik mag het opschrijven. Opvallend veel mensen nemen dit voor zoete koek, niet alleen Peter Breedveld, die iedereen waar hij het niet mee eens is voor nazi uitmaakt en overal een complot tegen hem, zijn geliefde weblog en zijn geliefde Hassnae in ontwaart, maar ook mensen als Abdelkader Benali complimenteren hem met zijn stuk. Vervolgens vindt hij het tijd om in een echte krant geplaatst te worden, en stuurt hij een opiniestuk naar Trouw over het Gaza conflict dat dan woedt. De Correspondent bestempelt zijn stuk als een ‘verzoenende interventie in een debat waarin de emoties intussen hoog opliepen’. Het stuk heeft inderdaad een, zeker voor een Marokkaan, rustige toon, vooral aan het begin: ‘Weloverwogen kritiek van beide zijden wordt voornamelijk beantwoord met hatelijke aantijgingen die de discussie alleen maar verlammen.’ zo schrijft hij, om daarop vooral in te gaan op hoe hijzelf als Marokkaan voor van alles wordt uitgemaakt. Hij vervolgt met:

Jammer genoeg is de Jodenhaat van een deel van de demonstranten voor verschillende media aanleiding om de hele groep weg te zetten als antisemitisch en gewelddadig. Iets waar docent Ronald Gunst zich in Trouw van 31 juli terecht zorgen over maakt.

… Het antisemitisme van deze enkelingen wordt helaas flink uitvergroot, om het maar niet te hebben over Gaza en over de terechte bezwaren van de demonstranten. Zolang het gaat om weerstand bieden aan het oprukkend antisemitisme, mag de volledige groep demonstranten afgeschilderd worden als geboefte.
Het is de aloude manier van kwaad met kwaad bestrijden, een zichzelf waarmakende voorspelling.
De haat wordt over en weer gevoed. Het is haat tegen haat. De Hitlergroet wordt met een Hitlergroet beantwoord.

Hè? Waar komt de haat aan pro-Israel zijde opeens vandaan? Behalve een paar opmerkingen aan zijn adres vermeldt hij daar niks over, maar opeens zouden sympathisanten van Israel voor een deel hetzelfde doen als de ‘enkelingen’ die antisemitische leuzen uitkramen of de Hitlergroet brengen. Er moet immers wel evenwicht zijn. De Gaza demonstranten werden in de media bepaald niet afgeschilderd als antisemieten, er was juist relatief weinig aandacht voor. Het was duidelijk dat het om excessen ging, om uitzonderingen. Daarbij was het juist opvallend dat dit antisemitisme zo weinig werd veroordeeld van de kant van de pro-Palestina activisten. Integendeel, sprekers als Appa (die bij bijna elke Gaza demo sprak) stookten het vuurtje verder op met scheldkannonades en complottheorieën en uitspraken als ‘fuck zionism, fuck the talmoed’. Voor de grieven van de Gaza demonstranten was overigens alle ruimte, en een krant als Trouw plaatste het ene na het andere opiniestuk dat het opnam voor de Palestijnen. Ik werd zelf nogal moe van het eindeloze geklaag dat men allemaal voor antisemiet werd uitgemaakt terwijl er tegelijkertijd nauwelijks afstand van werd genomen.

(Wordt vervolgd)

Ratna Pelle

 

Shlomo Sand verloochent zijn volk (IPI)

 

 

http://www.israel-palestina.info/actueel/2014/10/25/shlomo-sand-verloochent-zijn-volk/

- Door Tjalling –  

Shlomo Sand, Israëlisch historicus, kreeg vorige week een Amsterdams publiek aan het sidderen tijdens een emotionele lezing en een verhit debat over het Joodse volk. Tijdens die lezing beweerde Sand dat er geen sprake kan zijn van het bestaan van een homogeen Joods volk, het zou alleen maar een constructie zijn. Hij haalde daarbij flink uit met schokkende uitspraken zoals: ‘vergeet de verbanning van de Joden uit Judea, vergeet de Joodse exodus uit Egypte’. De visie van Sand op het Joodse is echter zeer omstreden en ook onjuist.

De titel van de lezing was: ‘Israël-Palestina, mythen en werkelijkheid, is vrede nog mogelijk?’ Sand was hiervoor uitgenodigd door de Leonard Woltjer Stichting, in samenwerking met De Nieuwe Liefde en Een Ander Joods Geluid. De avond werd gepresenteerd door oudtestamenticus Janneke Stegeman. De presentatrice en ook de uitnodigende instanties staan zeer kritisch tegenover Israël als Joodse staat, waardoor Sand een welkome gast was en comfortabel kon preken voor eigen parochie.

De kern van zijn betoog kwam neer op het ontkennen van het bestaan van een Joods volk op etnische of genetische gronden, en ook dat de religie niet bepalend kan zijn voor het ontstaan van een volk. Sand liet achterwege dat door de jaren heen de joodse religie, het jodendom, juist de voornaamste bindende factor was tussen de Joden, die verspreid over de hele wereld wonen. Niet alle Joden beleden/belijden hun religie, maar desondanks is die toch sterk bepalend voor de Joodse identiteit.

De vraag is waarom Sand zo’n heisa maakt en het Joodse volk een constructie noemt. Alle nationale identiteit is (tot op zekere hoogte) immers een inventie of een constructie. Shlomo: “Israël hanteert een definitie van Joods-zijn die bedoeld is om ons te onderscheiden van Arabieren, en om ons superieur te maken”. Daar gaat het hem dus om! Israëli’s zouden de definitie van Joods zijn aanwenden om zich daarmee boven de Arabieren te stellen. Sand zelf ontkent dus het bestaan van het Joodse volk, maar niet dat van het ‘Israëlische’: “Een Israëlisch volk, ja! Maar geen Joods volk”.

De vraag is of er sprake kàn zijn van een Israëlisch volk. Volken hebben samenbindende factoren zoals een sociaal-culturele identiteit, die een bepaalde groep mensen of een aantal bevolkingsgroepen verbindt, zoals nationaliteit, stamverwantschap, religie, taal, cultuur of geschiedenis. Lang niet alle inwoners van Israël hebben die samenbindende factoren. Wel zijn veruit de meeste inwoners van Israël – Joods en Arabisch – staatsburger.

Sand bleek tijdens zijn lezing totaal ongevoelig voor cultuur en religie als samenbindende factor. Hij opperde om alleen volken te erkennen op basis van het staatsburgerschap. Dit is echter onmogelijk. Staatsburgerschap is immers niets meer dan het beschikken over een identiteitsbewijs van het land waarin je woont – in dit geval Israël – en is absoluut niet bepalend voor samenbindende factoren zoals culturele en religieuze achtergrond en identiteit. Het behoren tot een volk bepaalt je achtergrond wel en daarom zijn en blijven volken nodig als samenbindende factor voor individuen. De inwoners van Israël zijn afkomstig uit het Joodse en uit Arabische volken, kunnen wel allemaal Israëli’s worden genoemd maar vormen gezamenlijk géén Israëlisch volk.

Sand maakt bovendien een ernstige fout door te stellen dat het Joodse volk pas – fictief – zou zijn ontstaan in de negentiende eeuw, onder invloed van het ontwikkelen van vooral Europese natiestaten. Het Joodse volk bestond in werkelijkheid al in de oudheid. Egyptische bronnen vermelden Israel ruim een millennium voor onze jaartelling. In de Romeinse Tijd, toen de Tweede Tempel werd verwoest, waren er ook buiten Judea al Joodse gemeenschappen, zoals in Rome, Alexandrië en vele eeuwen later in het Rijndal.

De natiestaten konden zich tijdens de negentiende eeuw ontwikkelen als gevolg van de Verlichting. Deze cultureel-filosofische en intellectuele stroming had uiteraard ook invloed op het Joodse volk. Door de emancipatie uit de getto’s wendden sommige Joden zich af van hun traditionele religie, maar merkten wel dat zij zowel door de buitenwereld als binnen de eigen gemeenschap nog steeds als Jood werden beschouwd. Dit leidde in veel gevallen ook tot een nieuw besef van identiteit, dat de religie oversteeg. Hoewel in het Bijbelse ‘Am Yisrael’ (= het volk van Israël), de notie van Joden als volk impliciet besloten ligt(!), werd het in de negentiende eeuw voor het eerst van de religie gescheiden. De Joden waren en bleven echter nog lang een volk zonder land, overal te gast en dus nergens thuis. Bovendien bleek de status van de Diaspora beslist geen veiligheidsgarantie. Mede als reactie op de uitbarstingen van antisemitisch geweld in Rusland, trokken de eerste Zionisten in de jaren tachtig van de negentiende eeuw naar Palestina.

Naast zijn ontkenning van het bestaan van het Joodse volk op etnische, genetische en historische gronden haalt Sand de archeologie er ook bij: “Inmiddels zijn archeologen tot de conclusie gekomen dat de Joodse exodus uit Egypte nooit is gebeurd”. Van een uittocht en gewelddadige verovering van het land zijn inderdaad geen archeologische sporen aangetroffen. Wel dat de oorsprong van Israël in Kanaän ligt. Volgens Bijbelse bronnen zou er in het oude Kanaän ooit een ernstige hongersnood zijn geweest. Hierdoor zagen bewoners zich genoodzaakt te vluchten naar Egypte om van daaruit later weer terug te keren naar Kanaän. Die – al dan niet fictieve – terugkeer wordt beschreven in het bekende Bijbelse verhaal over de Exodus of Uittocht uit Egypte. Het Exodusverhaal past echter wèl heel goed in de reeks van het narratief over het ontstaan van het Joodse volk, maakt daarom deel uit van hun cultuur en is zeker niet om te vergeten!

Encyclo.nl toont maar liefst 5 definities van het begrip ‘volk’ die vrijwel allemaal van toepassing zijn op de Joden. Hieruit alleen al kan worden geconcludeerd dat de visie van Sand op het Joodse volk zeer misleidend is. Bovendien is het Joodse zelf verstaan – als volk – beslist niet om zich daarmee boven de Arabische staatsburgers van Israël te verheffen. Wel om als echt volk te kunnen blijven voortbestaan.

Bye the way, tot slot nog een wrange opmerking van mij. Hoe zit het eigenlijk met de Arabische inwoners van Palestina? Als volgens Sand het Joodse volk fictief zou zijn, dan is het ‘Palestijnse volk’ dat al evenzeer.

 

Externe bron: http://www.zionism-israel.com/blog/archives/00000558.html

 

vrijdag 24 oktober 2014

Neve Shalom en de weg naar vrede (IMO)

 

Muurkleed geschilderd door schoolkinderen van Neve Shalom

 

 

http://www.israel-palestina.info/actueel/2014/10/23/neve-shalom-en-de-weg-naar-vrede/  

= IMO Blog = 

Ik las dat er in het vredesdorp Neve Shalom verschillende zomerkampen zijn gehouden voor Palestijnse kinderen uit vluchtelingenkampen, maar miste de kampen voor getraumatiseerde kinderen uit Sderot. Wikipedia beschrijft een paar incidenten en controverses van de afgelopen jaren. Zo had men in 2010 een groot bord buiten het dorp geplaatst waarop de doden van de entering van de Mavi Marmara (activisten van het aan Hamas gelieerde IHH) werden gehekeld en riep men op de blokkade van Gaza op te heffen. In 2012 werd de gemeenschap doelwit van racistische ‘price tag’ aanvallen, waarbij verschillende auto’s werden vernield en ondergekalkt met racistische leuzen. Ook op een van de gebouwen werden racistische leuzen aangetroffen. Hoezeer je het ook oneens kunt zijn met bepaalde standpunten, dergelijke acties zijn walgelijk.

Ik vind het zelf erg moedig dat mensen op deze manier heel concreet kiezen voor co-existentie en een andere manier van met elkaar omgaan, waarbij respect en gelijkwaardigheid het uitgangspunt is. Zij nemen daarmee een duidelijk standpunt in tegen de polarisatie en het je afsluiten voor de ander, tegen de haat en de angst die in de Joodse en Arabische gemeenschappen in Israel steeds meer gemeengoed is geworden. Toch bekruipt me een vervelend gevoel. Het lijkt wel alsof het begrip en het respect vooral van de Joodse bewoners komen, zij zijn voorzichtig in wat ze zeggen en ook vooral kritisch naar de eigen kant. De Arabieren spreken vrijer en tonen, behalve voor de feestdagen, weinig begrip voor de Joods-Israelische kant. Het conflict en het geweld dat daar een gevolg van is, wordt puur door het prisma van de bezetting bekeken, van het onderdrukkende Israel en de machteloze Arabieren als underdog. Misschien vinden er af en toe ook discussies plaats waarin de Arabische bewoners met een zionistische visie worden geconfronteerd, en kritisch worden bevraagd over de problemen en het antisemitisme in hun gemeenschap, maar dat wordt dan zorgvuldig binnenskamers gehouden. Anders zouden de Arabische bewoners zich weleens onveilig kunnen gaan voelen en heeft Maram het gevoel niet als gelijkwaardig mens te worden gezien. Er wordt als het ware overgecompenseerd voor de samenleving daarbuiten, waar de Arabieren zich als minderheid vaak minderwaardig en onbegrepen voelen.

Wat voor Neve Shalom lijkt te gelden, zie je terug in de gehele vredesbeweging en ook bij de vredesactivisten buiten het gebied. In de meeste samenwerkingsprojecten is men het er samen over eens dat Israel de boosdoener is en is het (pro-)Palestijnse narratief dominant. Men lijkt over te lopen van begrip voor de Arabieren en hun gevoelens, terwijl even begrijpelijke gevoelens van angst en onbehagen onder Joodse Israeli’s al gauw als racistisch en nationalistisch worden weggezet. Op deze manier wordt een werkelijke dialoog gefrustreerd, en zullen dergelijke projecten altijd marginaal blijven. Daarbij leiden ze ook niet tot werkelijk begrip voor elkaar en werkelijk gelijkwaardig samenleven. De Arabieren worden nauwelijks met het Joods-Israelische narratief geconfronteerd, hun vooroordelen en stereotypen over zionisme en Israel worden niet ter discussie gesteld.

Maram is bewoonster van het eerste uur, maar praat even fel en onverdraagzaam als veel Palestijnse ‘vredesactivisten’ binnen en buiten het gebied. Ze heeft in Neve Shalom waarschijnlijk geleerd dat Joden heel aardige en fijne mensen kunnen zijn, hun religie ook ten goede kan worden aangewend en hun feestdagen de moeite waard zijn om samen te vieren. Dat is winst, en als alle Palestijnen daar zouden staan waren we een stuk op de goede weg. Maar voor echte verzoening en vrede is het nodig dat zij ook begrijpt waarom Israel een leger nodig heeft (dat immers ook haar beschermt) en waarom men soms, uit angst en frustratie, met Arabieren niks te maken wil hebben, en dat er wel degelijk een grote diversiteit is in meningen, al ziet zij dat niet direct als ze het dorp uit rijdt. Het is triest dat ze in die 30+ jaar niet meer oog heeft gekregen voor de mooie kanten van Israel, de vrijheden die onder Palestijnen ongekend zijn, en hoe cruciaal een Joodse staat voor veel Joden is. Als zij staat voor hoe de andere Arabische inwoners erover denken, heeft men nog een lange weg te gaan naar werkelijke gelijkwaardigheid en co-existentie.

Een laatste punt. Uit een artikel van de journalist Aad Kamsteeg die het project afgelopen jaar bezocht, rijst de indruk dat men voor een eenstatenoplossing is. Hij schrijft:

De inwoners van het dorp vinden dat er een gemengd Joods/Arabische staat moet komen. In zo’n staat zouden burgers op basis van gelijkwaardigheid met elkaar moeten omgaan. Daoud zoekt geen oplossing in twee naast elkaar functionerende staten, maar in één staat met verschillende culturen, religies, talen en emoties.

In de rest van het artikel legt hij uit waarom deze utopie volgens hem niet werkt. Tot slot zegt hij Neve Shalom wel enorm te waarderen omdat Joden en Palestijnen elkaar hierdoor niet als ‘de ander’ zien maar als medemensen met dezelfde angsten en behoeften. Hij sluit af met:

Tegelijk is het anno 2013 irreëel de grote politiek te baseren op de positieve resultaten van dit soort kleine projecten. De tragiek is helaas dat de tweestatenoplossing steeds verder uit beeld raakt. 

Hierop schrijft de redactie van de Nederlandse nieuwsbrief dat men zich afvraagt wat voor realistisch alternatief hij ziet, omdat hij ook constateert dat de tweestatenoplossing een utopie lijkt te worden. Hieruit maak ik op dat zijn bewering klopt dat men in het dorp een eenstatenoplossing voor staat. Ik ben daar erg tegen. Wat op kleine schaal met moeite, en door strenge selectie van de bewoners, nog wel lukt gaat niet op nationaal niveau werken. Men gaat ook geheel voorbij aan de noodzaak voor Joden om een eigen staat te hebben, een plek waar men altijd naartoe kan, zichzelf kan verdedigen en niet afhankelijk is van de goede wil van anderen.

Zoals ook Kamsteeg opmerkt, zal in zo’n gemengde staat de Wet op de Terugkeer van Joden niet gehandhaafd blijven en is de kans reëel dat Joden een minderheid worden die hooguit getolereerd wordt. Het merendeel van de Palestijnen ziet Joden als indringers die niks te zoeken hebben in het land en maar ‘terug’ moeten keren naar Europa of Amerika. Wanneer het Neve Shalom is gelukt om deze visie onder de Palestijnen om te buigen in een van verzoening en respect is het een ander verhaal. Maar zolang er onder Palestijnen en in de Arabische wereld, maar ook in Europa, zoveel vijandschap is jegens de Joden, blijft een eigen staat noodzakelijk.

Ratna Pelle

 

Oase van Vrede in Israel? (IMO)

 

 

http://www.israel-palestina.info/actueel/2014/10/23/oase-van-vrede/  

= IMO Blog = 

Eergisteren toonde men op TV een sprankje hoop in donkere tijden in het Midden-Oosten. In het dorp Neve Shalom (Arabisch: Wahat al Salam) proberen Joden en Arabieren in Israel samen te leven. Het dorp wordt collectief en gemeenschappelijk bestuurd, met veel nadruk op een gelijkwaardige positie van beide groepen. Er is een school waar Arabisch en Hebreeuws wordt geleerd, een spiritueel centrum en veel aandacht voor elkaars religie en cultuur. Naïef en zweverig, hoor ik sommige lezers al denken. Maar deze mensen bewijzen wel al sinds eind jaren ’70 dat het kan, dat ook een andere wereld mogelijk is, al is het maar op kleine schaal. Een heel imperfecte wereld, dat wel, en een wereld waar in een bepaald opzicht ook helemaal niet zo gelijkwaardig met elkaar wordt omgegaan.

Het werd in de reportage al voorzichtig duidelijk: hoe sympathiek ook, hoe oprecht zowel Joden als Arabieren overkwamen, beiden hekelden toch vooral Israel voor het gebrek aan vrede, het geweld, het racisme. Zo vertelde men op een gegeven moment dat men het over lang niet alles eens is in het dorp, bijvoorbeeld over het Israelische leger. Een bevriend Joods en Arabisch meisje bespreken dit. Het Joodse meisje is in het leger geweest, hoewel ze eigenlijk niet wilde, het Arabische bekritiseert dat, want het is een bezettingsleger en staat haaks op de waarden van Neve Shalom. Hoe kan zij dat verenigen? De Joodse beaamt dat, zegt dat het een innerlijke strijd is voor haar. Nergens komt ter sprake waar dat leger voor nodig is, het Palestijnse geweld, de aanslagen.

In de laatste nieuwsbrief van Neve Shalom komt dit ook aan de orde:

Sinds Boaz zijn zoon Tom verloren heeft in de oorlog, kijkt hij anders aan tegen de rol van het leger. Hij denkt dat Israël een leger nodig heeft omdat het land vijanden heeft, maar niet iedereen in het dorp denkt er zo over, zeker niet de Palestijnen. Het is een dilemma, Boaz noemt het het “Tom dilemma”, waarmee de Joden in het dorp zich geconfronteerd voelen. Als Joodse jonge mensen gaan dienen, bestaat de kans dat ze Palestijnse medeburgers moeten doden.

Voor het verhaal van Boaz stond een uitgebreid verhaal van een Palestijnse vrouw, die het heeft over de ’40% vrouwen’ die in Gaza zijn omgekomen tijdens de Gaza oorlog en ’30% kinderen’. Ze beweert ook: “Zelfs in de Israëlische samenleving, waarin wordt gesproken over feminisme en gelijkheid, is de rol van de vrouw verbannen naar de privésfeer. Zij zijn ervoor om eten te bereiden en voedsel en ondergoed aan de soldaten te sturen”. En ze is gefrustreerd omdat het niet mogelijk zou zijn met mensen buiten het dorp te praten:

Ze merkt dat in persoonlijke relaties omdat ze geen discussie heeft met mensen buiten het dorp. Er is een gebrek aan diversiteit in meningen en dat is geen goede zaak. De Israëlische samenleving is ziek van racisme en fascisme. Er is geen plaats voor andersdenkenden. Maram merkt dat de Israëli’s de Palestijnen niet zien als menselijke wezens, maar als getallen. De Israeli’s zien alleen hun eigen lijden en pijn, ingegeven door de eeuwenlange Joodse geschiedenis zonder de tegenwoordigheid van de Palestijnen onder ogen te zien.

Geen woord over de Palestijnse samenleving, waar vrouwen een stuk minder rechten en mogelijkheden hebben, geen woord over het vele geweld tegen vrouwen in de Palestijnse gebieden, geen woord over Hamas, over haat tegen Joden, homo’s, andersdenkenden… De eenzijdigheid druipt eraf. Terwijl Boaz voorzichtig oppert dat Israel het leger nodig heeft (waar onmiddellijk aan wordt toegevoegd dat niet iedereen er zo over denkt, en dat dat leger Palestijnen doodt), gaat Maram flink tekeer tegen alles wat er in Israel niet deugt zonder een woord over problemen in de Arabische gemeenschap in Israel of de Palestijnse gebieden. Veel mensen die in de nieuwsbrieven aan het woord komen hekelen het Israelische racisme, en ook in de reportage kwam dit naar voren. Een vrouw die workshops geeft, ook buiten het dorp, heeft het over de ‘ontmenselijking van de Palestijnen’ door Israel en over ‘strategieën om de bezetting te beëindigen’ die in ‘Palestina’ worden gebruikt en die men steunt. Ook de discriminatie van Arabieren bij het kopen van land wordt gehekeld. Ook hier weer niks over strategieën om de Palestijnse Jodenhaat te beëindigen of hoe hen kritischer naar het eigen aandeel in het conflict te laten kijken.

Een vrouw vertelt in de reportage dat ‘de meeste Joden alleen aan zichzelf denken en niet aan de beperkingen voor Arabieren die uit de Joodse staat voortkomen’. Tegelijkertijd vertelt men, in nieuwsbrieven en in de reportage, dat de boodschap van vrede en samenleven meer naar buiten gebracht moet worden, maar dat men het moeilijk vindt met mensen van buiten de gemeenschap te praten omdat men daar zo racistisch en militaristisch is.

Het verschil tussen binnen en buiten het dorp is inderdaad groot, want er lijkt bij Neve Shalom nauwelijks begrip te zijn voor Israels soms harde optreden tegen Palestijnse terreur. De Arabieren in het dorp lijken de mening te delen dat Israels leger moet verdwijnen, dat Israel door en door racistisch is en sommigen vinden dat Israel als Joodse staat niet zou mogen bestaan. Onder de Joden lijkt de mening wat diverser, maar ook hier overheerst (harde) kritiek. Ik vind het dan niet zo gek dat mensen buiten het dorp nogal defensief reageren. Maram hekelt ‘het gebrek aan meningen’ buiten het dorp en gaat maar helemaal geen discussies meer aan. Maar de mensen buiten het dorp hebben geen zin om door de Marams van het dorp als enge fascisten te worden weggezet omdat ze achter Israels optreden tegen Hamas in de Gazastrook staan of checkpoints noodzakelijk achten. Er zijn van beide kanten vooroordelen en negatieve stereotypen. Want als je enig begrip toont, blijkt iemand die achter Netanyahu staat wellicht toch mee te vallen en als je begrip toont voor Maram haar gevoel van vervreemding in Israel, neemt ze waarschijnlijk ook gas terug. Het is pas mogelijk om echt in kontakt te komen met mensen van buiten de gemeenschap wanneer je bereid bent je voor hen open te stellen en jezelf niet beter voor te doen dan zij. Zozeer de mensen in het dorp proberen zich voor elkaar open te stellen en elkaar in hun waarde te laten, zo weinig lijkt men bereid een brug te slaan naar de Israelische maatschappij.

Ratna Pelle